woensdag 5 maart 2008

Goldfrapp houdt van dromen

AMSTERDAM – Na de albums Felt Mountain, Black Cherry en Super Nature voelden Alison Goldfrapp en Will Gregory - het duo achter de theatrale discopop - dat ze met de nieuwe plaat Seventh Tree iets totaal anders wilden.

“We misten intimiteit tijdens de ‘Supernature tournee’. Die was erg luid, groots en ‘in your face’. Het was leuk, zeker om live te doen, maar ik voelde dat ik iets totaal anders nodig had”, verklaart zangeres Alison tijdens een gesprek met NU.nl.

Het resultaat: een dromerige, harmonische plaat die je laat zweven tussen het aardse bestaan en een sprookjesachtig droomlandschap. “Ik houd ervan om te dromen”, zegt Alison met haar zachte, fragiele stem.

Het duo verblijft tijdelijk in het College Hotel in Amsterdam om de nieuwe plaat onder de aandacht van de pers te brengen. Dat is duidelijk niet iets waar Alison blij van wordt.

In de schitterende suite met een Art deco-achtige uitstraling zit de zangeres diep weggekropen in de uiterste hoek van de bruin bekleedde, leren bank. Haar blik is gefocust op haar kopje chocolademelk en slechts enkele malen kijkt ze zuchtend omhoog. Haar muzikale partner Will ploft naast haar neer en hij pluist wat aan zijn zwarte baard.

Seventh Tree, de titel van het nieuwe album kreeg Alison cadeau in een droom. “Ik zag een boom met een zeven erop en de mensen in mijn droom zeiden dat ik de plaat 'Seventh Tree' moest noemen, dus dat deed ik”, verklaart ze met een schaamtevolle blik.

Op wat voor manieren zijn dromen bruikbaar voor jou?
“Ze helpen je realiseren wat je geestestoestand is op dat moment. Als er iets dwars zit, of ze helpen je te achterhalen waar je je druk om maakt. Ze kunnen ook erg leuk zijn, je gaat bijvoorbeeld op avontuur in een andere wereld.”

Is dat voor jou een manier om de werkelijkheid te ontvluchten?
Ik geloof niet in het ‘ontvluchten’ van de echte wereld. Het gaat niet om vluchten, maar om het ergens anders zijn, in een andere wereld. Vluchten suggereert dat je ergens voor wegrent, of dat je in ontkenning bent. Dat ben ik niet.”

De videoclip bij het nummer A&E zegt wat dat betreft genoeg. De als een fee verkleedde Alison ligt in een eeuwenoud bos waarna er vreemde, boomachtige wezens uit de grond verschijnen die wild om haar heen beginnen te dansen.

Terwijl ze in de clip langzaam overeind komt, begint Alison ook tijdens het interview tot leven te komen. Muziek beheerst het leven van Alison, in alles wat ze doet. Het is daarom niet verwonderlijk dat ze daar graag over praat: “Tot zover in mijn leven is muziek maken altijd de beste manier geweest om me uit te drukken.”

Muziek maken is meer een manier om antwoorden op dingen te vinden”, beaamt Alison. Zoiets zal elke artiest wel hebben. Je probeert iets te vinden dat eeuwig blijf voortbestaan. Voor mezelf is het een manier om te snappen hoe de wereld in elkaar steekt…hoe dingen in elkaar steken.”

Op wat voor dingen doel je?
Dingen uit het dagelijks leven, die je overkomen, op het emotionele vlak, dingen die je om je heen ziet. Het is een soort taal. Muziek maken en zingen is een manier om dat soort zaken te doorgronden. Het is een soort behoefte, is het niet? Een manier om dingen in je hoofd op orde te brengen, een manier om je uit te drukken. Het voorkomt dat je gek wordt.”

En is dat iets dat je de luisteraars van Seventh Tree duidelijk wilt maken?
Will: “Ik denk niet dat je kunt weten of de boodschap overkomt of niet. Je hoopt natuurlijk dat ook anderen er iets aan hebben. Maar uiteindelijk maakt het niet uit of ze er iets aan hebben of niet, want je kan nooit iets op dezelfde manier ervaren. Ik zie iets als rood en jij misschien als blauw. Je hoopt echter toch dat je iets gemeenschappelijks hebt met je luisteraars.”

Ondanks het dromerige karakter van de cd zijn de nummers zelf niet veel beïnvloed door dromen. Alison: “De nummers zijn allemaal erg in het hier en nu. Tenminste, de teksten zijn gebaseerd op de realiteit.”

“Het is interessant”, roept Will plots na het inschenken van nog een kopje chocolademelk. “Dromen vertellen hoe creatief je eigenlijk bent. Soms heb ik wel eens een complete symfonie of film in mijn droom en als je dan wakker wordt en realiseert wat ik allemaal in mijn hoofd maak verbaas ik mezelf. Want waarom kan je dat dan niet reproduceren?”


“Daarom moet je tijdens het maken van muziek proberen alle kanalen open te zetten om het er weer uit te laten komen. Meer kan je niet doen. Je moet je kanalen tunen en daarbij jammen we veel. Op die manier proberen we op iets te stuiten.”

Als jullie muziek maken, hebben jullie dan een bepaalde druk nodig of juist totale vrijheid om tot een goed resultaat te komen?
Alison: “Je hebt wel een bepaalde hoeveelheid vrijheid nodig om te kunnen ontspannen. Als er te veel druk op je schouders rust heb je niet de ruimte om vrij te denken.”

Door een hoge druk moet je juist wel creatief worden, toch?
We leggen onszelf sowieso erg veel druk op. We leggen de lat erg hoog. Dan kunnen we niet nog meer druk van buitenaf gebruiken. 'Outside pressure always is bugger'.”

Waarom zetten jullie jezelf dan zo onder druk?
Will: “Allereerst zijn we met z’n tweeën en dat is interessante situatie. Je wilt niet te lang met iets bezig zijn terwijl de ander zich zit te vervelen. Dus dat geeft wel een bepaalde druk. Je moet de ander ook een beetje kunnen vermaken. Als je in je eentje bent is het toch anders. Met z’n tweeën heerst er een compleet andere dynamiek. Het is een gefocuste ‘cutting out the bullshit’ druk.”

Alison: “Ik vind het ook een mythe dat creativiteit vanzelf komt. Creativiteit moet je afdwingen. Het is niet zo dat alles voor je verschijnt in dromen enzo, visioenen, wachten op inspiratie. Je moet er voor werken om geïnspireerd te raken. Je moet jezelf voeden met impulsen want je moet naar dat kamertje in je geest waar je kan uitkijken naar nieuwe inspiratie.”

Hebben jullie ooit zijpaden overwogen?
Alison: “We zouden wel muziek voor films willen maken, musicals...Het is interessant, want tot zover in mijn leven is muziek maken de beste manier geweest om me uit te drukken. Over vijf jaar is dat misschien iets anders. Ik zou bijvoorbeeld een opera willen doen, maar er dan zelf niet inspelen. Alle touwtjes zelf in handen houden.”

Hou je daarvan? Hou je ervan om de controle te hebben?
Alison: “Ik denk van wel. Ik zou het leuk vinden om iets voor iemand anders te schrijven, om het vervolgens opgevoerd te zien worden. Dat heeft iets buitengewoons voor mij. Steeds met jezelf bezig zijn gaat op den duur ook vervelen. Als we iets voor een getalenteerd iemand zouden maken ben je als het ware een buitenstaander en kan je er meer van genieten.”

Is het dan niet moeilijk om ergens al je energie in te steken om het vervolgens aan iemand anders te laten?
Alison: “De reden waarom je zoiets zou doen is omdat die mensen iets kunnen wat jij niet kunt.”

Will: “Je kan ook eens onbekend terrein verkennen, verder dan jezelf. Vanuit een ander perspectief. Niet alleen in een spiegel kijken, maar je er van weg draaien om te kijken wat er nog meer is. Dat kan erg belangrijk zijn en je iets vertellen over de werkelijkheid op een manier die je nog niet kende, wat je eigen beperkingen zijn.”

Wat zijn jullie beperkingen?
Will: “Iemands smaak is zijn eigen beperking, iemands onwetendheid.”

Alison: “Ik kan niet zo goed dansen.”

Will: “Er zijn altijd wel dingen die beter kunnen. Er zit een quote in Sherlock Holmes waar zijn vriend dr. Watson zegt tegen Holmes: “Wist je dat de zon een vuurbal is op een paar miljoen mijl van de aarde.” En hij zegt: “Nee, dat wist ik niet Watson. En nu ga ik proberen om het zo snel mogelijk weer te vergeten. Want voor elk stukje informatie dat ik in mijn hersenen opneem, valt er een ander gedeelte aan de andere kant af.”

“En dat is hetzelfde idee. Als je beperkingen hebt is dat goed, je bent op ze gefocust. Soms is het niet nodig om meer te weten omdat het anders verpest waarmee je bezig bent.”

Wie Goldfrapp binnenkort in actie wil zien moet naar het Rotterdamse festival Motel Mozaïque waar ze op zaterdag 12 april optreden.

(c) NU.nl/Kristiaan Asscheman


dinsdag 29 januari 2008

Voicst balanceert tussen kwaliteit en energie

AMSTERDAM - Met de nieuwe plaat ‘A Tale of Two Devils’ op zak plaatste het Amsterdamse rocktrio Voicst zich volop in de schijnwerpers. Maar de heren willen zich niet laten afleiden door alle aandacht. “Dit is ons leven en dit is hoe wij het kennen. Het ‘groter’ maken gebeurt buiten ons om”, aldus zanger Tjeerd Bomhof.

Laat in de middags, een paar uur voordat het muzikale geweld van Voicst kan losbarsten in een uitverkocht Tivoli De Helling, wordt de inmiddels veel te kleine witte tourbus uitgeladen. “We hebben er een busje bij moeten huren”, zegt bassist Sven Woodside terwijl hij nog even flink met zijn handen over zijn gezicht wrijft, hopend dat dat het opgelopen griepje wat dragelijker maakt.

Het typeert de Amsterdamse band. De afgelopen weken kreeg de band ongekend veel aandacht van alle Nederlandse media na het uitkomen van de tweede plaat, waardoor Voicst bijna uit zijn voegen lijkt te barsten.

Zelf blijven de heren er nuchter onder. “We hebben echt al veel toffe dingen gedaan, maar toch voelt het voor ons alsof we net begonnen zijn”, vertelt de goedlachse zanger Tjeerd Bomhof.

Hiphopmentaliteit
Aan de nieuwe plaat werd gewerkt met Interpol-producer Peter Katis, maar ook Nederlandse artiesten zoals Pete Philly & Perquisite en C-mon & Kypski werkten mee aan ‘A Tale of Two Devils’. Een hiphopmentaliteit noemen ze het bij Voicst. “Hiphop-artiesten werken onderling erg veel samen en proberen elkaar te helpen. Juist dat sprak mij heel erg aan”, beaamt Bomhof.

Na drie jaar mag Voicst zich een geroutineerde band noemen met optredens over heel de wereld. Toch moet Bomhof bekennen dat hij nog altijd nerveus is vlak voor een optreden. “Ik ben dan echt niet te genieten.”

Maar waar komt die spanning dan vandaan, jullie hebben het ‘trucje’ inmiddels zo vaak gedaan?
Bomhof: “Vergis je daar niet in, dat was altijd met z’n drieën, maar met de blazers en About erbij zijn we met z’n zevenen. Ook zijn het geen makkelijke partijen. Op heel veel vlakken wilden we de plaat anders hebben en ook de zanglijnen zijn lastiger dan eerst. Het moet wel nog beter, ik voel dat we er nog niet helemaal zijn.”

Op welk gebied kan het beter dan?
Bomhof: “Met zeven mensen optreden is wel heel anders.”
Woodside: “De timing kan nog wel wat beter en de chemie moet nog wat groeien. Maar we hebben al veel kunnen spelen vanaf het begin van januari.”
Bomhof: “Het wordt steeds beter eigenlijk. Het voelt gewoon heel goed, iedereen stelt zich professioneel op, maar het is nog altijd even wennen.”

‘s Avonds op het podium is er echter niks van onwennigheid te merken. Een perfecte show was het niet, maar zo dynamisch als de heren van Voicst zijn er maar weinig. Het publiek op de grond laten zitten, meezingen, niks is ze te gek. En hoe ze het voor elkaar krijgen? “Omdat wij…uhm…coooolll zijn”, grapt Bomhof tijdens de show.

Dampend van al het springen en zwaaien met het elektrisch gitaar staat Bomhof op het podium. Straaltjes zweet druipen onafgebroken via zijn voorhoofd over zijn neus naar beneden. Voicst is inmiddels bijna een synoniem voor een energieke show, maar volgens de zanger is dat niet zo vanzelfsprekend.

Doorslaan
Een kopje koffie wordt aan de kant geschoven en Bomhof schuift gedreven naar voren. Met een handgebaar tekent hij een denkbeeldige streep over de tafel. “Kijk, het is een hele dunne lijn tussen energie en kwaliteit. Je kan snel doorslaan naar te veel kwaliteit als je alleen daar op gefocust bent, dan verdwijnt je energie. Voicst is gewoon Voicst, dat moet het zijn. Maar als je te opgefokt bent is het misschien ook niet goed.”

Woodside herkent zich daarin: “Gister of eergister zat ik toevallig te denken aan onze eerste keer op Noorderslag. We speelden ‘s nachts en moesten tot een uur of drie wachten. Dat duurde zo lang dat we maar flink zijn gaan zuipen. Maar toen we eenmaal aan het opbouwen waren zat ik daar met mijn koptelefoon op, knetterharde muziek, maar zo kon ik me wel focussen.”

Bomhof reageert op een toon van herkenning: “Oh ja, dat deed jij altijd. Waarom doen we dat eigenlijk niet meer?”

Woodside: “Dat probeer ik te vertellen. Een vriend van ons heeft dat optreden destijds gefilmd. Alles dat we speelden was zo razendsnel, misschien omdat we…”
Bomhof: “Maar het was wel lekker om voor de show even voor jezelf naar muziek te luisteren die je leuk vindt.”
Woodside: "Maar dat was echt een overdosis van energie, het is erg lekker maar ik heb die muziek niet meer nodig. Ik kan nu energie putten uit andere dingen. Die muziek was te veel van het goede, anders sta je echt zo van woowowhoo (stuitert op en neer).”

Sommige artiesten hebben het er wel eens over dat ze na het maken van een plaat in een soort gat storten. Ze hebben werkelijk alles wat ze hadden in een plaat gestoken en zijn daarna helemaal op. Hadden jullie daar ook last van?
Bomhof: “Bij mij was dat inderdaad zo. Ik was werkelijk helemaal leeg en daarna heb ik even een tijdje niks meer geschreven. Afgelopen week heb ik eigenlijk voor het eerst weer gewerkt met een vriendin die zelf een plaat aan het maken is. Ze had gevraagd of ik even naar een paar liedjes wilde luisteren. Met haar was ik voor het eerst weer echt een liedje aan het maken en het was zó lekker. Het is nu alleen erg druk dus je komt er bijna niet aan toe. Volgende week, fuck it, ga ik er gewoon tijd voor maken. Dan voel ik me weer helemaal blij.”

Jullie staan nu volop in de belangstelling, maar op een bepaald moment ebt dat ook weer weg en daarna begint het weer van voor af aan. Maar is dat iets waar je de rest van je leven aan vast wilt zitten? Is de rest van je leven muziek?
Bomhof: “De rest van mijn leven zal zeker muziek zijn, maar ik weet niet of dat altijd op deze manier is. Zeker nog wel een tijd, maar je moet telkens bepalen of het goed voelt om weer aan een nieuwe plaat te beginnen. De studio was echter dermate inspirerend en verschafte zoveel nieuwe inzichten dat ik het gevoel heb dat we nog lang niet klaar zijn.”

Nu gaat het erg goed met jullie. Alles is geweldig, het kan niet meer stuk, maar dat is nu. Het is doemdenken hoor, maar als over een paar jaar niemand meer iets van jullie wil hebben, op jullie uitgekeken zijn, wat dan?
Bomhof: “In die anderhalf jaar die we hadden uitgetrokken voor de plaat hadden we ook niks. Niemand zat op ons te wachten en in Nederland hadden we al heel lang geen optredens gegeven. In principe waren het wij drietjes, Rutger (van About) en de producer die met z’n allen iets tofs wilden maken, om daar vervolgens helemaal voor te gaan. Dan is het aan anderen om daar iets van te vinden.”

Jij leest nooit recensies over jullie werk.
Bomhof: “Ik ben er de laatste tijd wel iets makkelijker in geworden om een artikel te checken, maar recensies lees ik niet.”

Maar dat moet toch egostrelend zijn om te zien dat bijna alle Nederlandse media zo positief zijn?
Woodside: “Ik vind het een beetje eng eigenlijk.”
Bomhof: “Hetzelfde mechanisme dat er voor kan zorgen dat iedereen het nu fantastisch vindt kan ook het mechanisme zijn waardoor straks iedereen het kut kan vinden. In die zin moet je gewoon bij jezelf blijven. Wat je er zelf van vindt is belangrijk.”

Krijgen jullie dan het gevoel dat je publiek bezit bent?
Bomhof: “Wat ik er mee bedoel is dat je gewoon bij jezelf moet blijven en je niet laten afleiden door iemand anders. Dat is ook raar, sinds we zoveel aandacht krijgen reageren mensen net even anders op ons reageren dan we gewend zijn. Dat is bij anderen, wij doen al een paar jaar niks anders dan dit. Dit is ons leven en dit is hoe wij het kennen. Het ‘groter’ maken gebeurt buiten ons om.”

Jullie worden wel eens ‘on-Nederlands goed’ genoemd. Bestaat er wel zoiets als ‘on-Nederlands goed’?
“Ik vind het zo’n Nederlandse opmerking eigenlijk. Ik vind het echt onzin, er zijn zo veel goede dingen in Nederland”, zegt Bomhof fanatiek. “Neem Spinvis, neem Lucky Fonz, Pete Philly & Perquisite, C-mon & Kypski en ga zo maar door. Er gebeuren hier dingen die absoluut niet onderdoen voor wat er in Engeland of Amerika gebeurt. Ik durf zelfs te zeggen dat ik het soms…uhm, in ieder geval creatiever vind."

Hoe komt het dan dat er zo weinig muziek uit Nederland zijn weg naar buiten vindt?
Bomhof: “Ik denk dat het een lange weg is, maar ik heb wel het idee dat het steeds meer begint te komen. Ik hoop dat het gaat lukken en ik zou het ook terecht vinden.”

In Canada zie je dat de muziekscene onderling heel erg naar elkaar toetrekt om samen te werken. Ik heb het idee dat een dergelijk klimaat in Nederland ook steeds meer aan het ontstaan is, dat verschillende groepen elkaar creatieve input geven.
"Precies en het toffe is dat het niet allemaal dezelfde type bands zijn. De ene is hiphop, de andere orkestraal of pop. Onze manager heeft met Patrick Watson gewerkt en vergelijkt wat hij om hem heen zag met wat er nu hier aan de gang is. Als Watson naar Europa komt kan hij een andere band weer een stapje omhoog duwen.”

Is het niet ook gewoon noodzakelijk om dat te doen, aangezien er met de plaatverkoop steeds minder valt te verdienen, waardoor je wel moet optreden en er samen aan moet trekken.
"Ja, maar nog belangrijker eraan is dat het gewoon leuk is. "

(C) NU.nl/Kristiaan Asscheman

zaterdag 12 januari 2008

Fullwood blaast boodschap Bob Marley nieuw leven in

AMSTERDAM - Bob Marley en Peter Tosh stonden samen aan de wieg van de reggaeband The Wailers en verkondigden middels hun muziek de boodschap van vrede en gelijkheid. "Een boodschap waar we nieuw leven in moeten blazen", aldus bassist George 'Fully' Fullwood van de band Tosh meets Marley.

Fullwood is een sympathieke en rustige man en geeft samen met voormalig Wailers gitarist Junior Marvin leiding aan het collectief dat een ode brengt aan de twee reggaelegenden.

De Jamaicaanse reggaeartiest komt samen met zijn band Tosh meets Marley naar Nederland voor een aantal optredens. Er wordt onder andere gespeeld in de Oosterpoort in Groningen (21 januari), Paradiso in Amsterdam (22 januari), Tivoli in Utrecht (24 januari) en het Paard van Troje in Den Haag (25 januari).

Genieten
Fully woont tegenwoordig net buiten Los Angeles. Hij houdt niet van de grote stad, daar heeft hij niets te zoeken. Liever zit hij voor zijn huis te genieten van de mensen om zich heen, met een basgitaar binnen handbereik.

Toch lag zijn keus om dat instrument te bespelen niet voor de hand. "Ik wilde vroeger eigenlijk helemaal geen basgitaar spelen. Ik speelde vroeger gitaar en dan vooral de lage noten, dat wel. Daar zong ik bij, pas veel later pakte ik daadwerkelijk een basgitaar op. Nu betekent de bas alles voor me", zegt Fullwood lachend tijdens een interview met NU.nl.

Inzichten
De goedlachse man geniet van het leven en dat dankt hij naar eigen zeggen aan twee mannen: Bob Marley en Peter Tosh. "Zij gaven mij inzichten waar ik de rest van mijn leven profijt van heb, daarom wil ik mijn leven aan die twee opdragen."

In Nederland kent iedereen
Bob Marley en veel mensen weten ook wel wie Peter Tosh is, maar namen als Fully Fullwood en Marvin junior zijn veel minder bekend. Gaat dat een probleem vormen voor jullie tournee?
"Ik denk het niet, we moeten het vooral van de nieuwsgierigheid van mensen hebben. Kijk, de jongere generatie is ook niet even bekend met namen als Tosh en Marley. Ze kennen de namen, maar wie ze zijn en waar ze voor stonden weten er veel niet."

"Ik zie het dan ook als taak om samen met mijn band de muzikale geschiedenis van Jamaicaanse reggae te presenteren. Het is een persoonlijke reis om de muziek naar nieuwe oren te brengen."

Hoe heb jij Tosh en Marley ervaren tijdens jouw tijd bij The Wailers?
"Bob Marley en Peter Tosh waren prima kerels. Echte iconen van de reggaemuziek, zoals iconen behoren te zijn: bescheiden, vriendelijk en ze brachten een boodschap met zich mee. Hun muziek is nog altijd met mij, ook als ik niet speel."

"In de jaren '70 speelde ik met de heren in de oorspronkelijke bezetting van The Wailers. Het waren fantastische mensen, zowel muzikaal als persoonlijk."

De bassist leefde destijds in het arme gedeelte van Kingston, de hoofdstad van Jamaica en hield ervan om zijn instrumenten te bespelen. "Dan kon ik even ontsnappen aan de harde werkelijkheid van het leven in armoede."

"Als ik dan voor mijn deur zat, met een zonnestraal op mijn gezicht, kwam Bob alttijd een praatje maken. Dat kon ik erg waarderen."

Fullwood omschrijft Bob Marley als erg professioneel met alle dingen in zijn leven. "Hij was erg getalenteerd, een geweldig schrijver met een scherp blik. Hij zag alles om zich heen: het gebrek aan vrijheid, de discriminatie, de woede."

"Peter was heel anders. Hij was stil en erg bescheiden. Hij was echter ook een vechter, een voorvechter van gelijke rechten en vrijheid. Dat maakte indruk op me. Peter was af en toe erg gesloten en mensen vonden het moeilijk om hem te benaderen, maar het was een warm mens"

"Het was voor mij een enorme eer om met die twee samen te mogen werken. Een eer die ik de rest van mijn leven koester. Het is iets waar ik de rest van mijn leven aan wil opdragen, om hun boodschap verder te verspreiden."

Mis je ze?
"Ik mis ze elke dag, vooral Peter, omdat ik zo nauw met hem heb samengewerkt. Als ik zijn muziek speel barst ik elke keer weer bijna in tranen uit."

Wat heb je van ze geleerd?
"Ik heb veel van ze geleerd: over hoe ik in het leven moet staan, over hoe mensen echt zijn. Bob leerde me om me niet zo druk te maken over het leven. Als er iemand is die zich niet druk maakte en overal het positieve van inzag was het Bob wel. Dankzij hem ben ik het leven positiever gaan zien."

"Peter leerde me vooral om bescheiden te zijn. Die adviezen probeer ik dan ook na te leven en te verspreiden aan een ieder die onze muziek wil horen."

Hoe is het om in een tijd van oorlog en steeds verder inkrimpende persoonlijke vrijheid te zingen over 'peace and happiness in the world'?
"Er is een hoop woede en ellende in de wereld,'dat klopt. Maar vrijheid zit in jezelf. Ik mag dan wel geen dreadlocks hebben, maar ik ben wel rasta. Ik kan de wereld niet genezen, maar ik kan mensen wel bewust maken van de positieve dingen in het leven. Laten we de wereld bewonderen. Laten we onze talenten aanspreken om al het mooie te delen."

Zie jij muziek als wapen?
"Ja, precies! Muziek is mijn wapen. Het brengt mensen samen en laat hun even hun problemen vergeten. Er is veel ellende in de wereld, maar wat is er mooier dan blije mensen te zien lachen en dansen?"

"Peter schreef ooit: "Words, sound and power". Dat is precies waar het om draait. De macht van muziek is enorm en kan mensen helpen. Dat is waar ik mijn leven aan op wil dragen, samen met Junior Marvin en de rest van de muzikanten: het woord van Tosh en Marley verspreiden. Mensen zoeken eenheid en liefde en dat is wat wij willen brengen."

Tijdens de tournee brengt de band vooral nummers van de twee reggae-iconen ten gehore, maar ook zullen zowel
Fullwood als Junior Marvin een aantal eigen nummers spelen.

(C) NU.nl/Kristiaan Asscheman

donderdag 3 januari 2008

Jaaroverzicht muziek 2007

Het jaar 2007 zal niet de boeken in gaan als een jaar vol vernieuwende muziek, in tegendeel. Het was een jaar waarin de oude doos veelvuldig werd opengetrokken en de oude rotten hun kunsten nogmaals op het podium lieten zien.

Dan hebben we het natuurlijk over The Police, Genesis, The Rolling Stones, The Sex Pistols en Led Zeppelin. Grootheden in hun eigen tijd, maar ook nu nog kennen al deze bands een enorme aanhang.

Stormachtig
Volgeladen Arena's luisterden naar hun oude helden in de vorm van
Genesis, onder leiding van Phil Collins, en Sting's The Police. Maar ook The Rolling Stones gaven een 'stormachtig' concert.

Led Zeppelin sluit de parade van bejaarde reünierockers met een concert dat waarschijnlijk de boeken in gaat als populairste optreden ooit. Voor de show in London waren ruim twintig miljoen liefhebbers die meededen aan de 'ticketbingo' terwijl er slechts twintigduizend kaarten beschikbaar waren.

Giganten
Astronomische bedragen werden geboden voor kaartjes, zelfs auto's werden in de aanbieding gedaan. Alleen maar om bij dat ene moment te zijn, het moment dat de 'giganten' van de rockmuziek na bijna twintig jaar weer

samen op één podium stonden.

Iets minder antiek en waarschijnlijk het best te plaatsen in de categorie 'zakkenvullerij' was de reünie van
The Spice Girls. De Engelse meidengroep scoorde in de jaren negentig hit na hit en ze zijn nu bezig met een grootscheepse wereldtournee.

Radiohead
Terwijl Led Zeppelin het publiek en de pers in rep en roer bracht, liet
Radiohead de hele muziekwereld even op zijn grondvesten beven.

Met een kort berichtje op de website, "Onze nieuwe cd is klaar, je kan hem downloaden voor een bedrag naar keuze", bewees de alternatieve rockband van Thom Yorke dat de stugge platenindustrie in zijn huidige vorm zo goed als dood is.

Niks geen veeleisende platendeals, gewoon op eigen houtje je plaat via internet uitbrengen en er nog een flink zakcentje aan overhouden. Van alle downloaders van het album 'In Rainbows' betaalde 38 procent gemiddeld zes dollar.

Vernieuwend
Dat je niet altijd vernieuwend hoeft te zijn om te scoren bewezen de heren van het Britse gitaarbandje

The Fratellis. Hun hit 'Chelsea Dagger', aangewakkerd door de 3FM dj's in het Glazen Huis, bracht ze zelfs tot het hoofdpodium van 's werelds oudste festival Pinkpop.

Hetzelfde podium waar die editie ook muzikale grootheden stonden als Muse, Marylin Manson en The Smashing Pumpkins. Het optreden van Muse was er eentje om nooit te vergeten. Het grasveld veranderde in een golvende zee van mensen die allen hun longen uit hun lijf zongen.


Pinkpop kreeg dit jaar nog een staartje met de nieuwe '
Classic'editie. Het eendaagse evenement bood een podium aan bands als Status Quo, Marillion en Willy Deville.

Lowlands
En nu we het toch over festivals hebben kunnen we het net zo goed gelijk hebben over

Lowlands. Vantevoren werd de editie van 2007 getipt als één van de sterkste ooit. Voor de muziekliefhebbers was er dan ook veel om van te genieten. Neem een Arcade Fire, Interpol, Sonic Youth, Dinosaur Jr., U.N.K.L.E., Tool, Kaiser Chiefs, Kasabian, The Shins, The Killers, M.I.A., Basement Jaxx, Mika en The Good, The Bad and The Queen.

Slechts een kleine greep uit de enorme berg met topacts die dit jaar present waren op de vijftiende editie van Lowlands. Een line-up om je vingers bij af te likken.

Of de muziekliefhebbers komend jaar weer op zo'n schitterend programma worden getrakteerd is nog afwachten. Mensen die in 2008 naar Pinkpop gaan hebben in ieder geval al wel een mooi vooruitzicht.

Metallica
De organisatie maakte pas bekend dat het onlangs gereüneerde Rage Against The Machines het festival aflsluit. De andere dagafsluiters zijn Foo Fighters en Metallica.

Ook milieugoeroe Al Gore organiseerde in 2007 zijn eigen festival, Live Earth. Een volgens critici energiezuipend festival dat de wereldbevolking bewuster moest maken van de gevaren van de opwarming van de aarde.

In verschillende wereldsteden vonden festivals plaats met optredens van bands als de Red Hot Chili Peppers, Linkin Park, The Police, Duran Duran, Bon Jovi en vele anderen.


Keerzijde
Muziek als een stukje bewustwording, muziek als een middel om tot rust te komen, het kan allemaal. Maar muziek kan ook een keerzijde hebben, maar dan vooral voor de artiesten zelf.


Eén van de spraakmakendste voorbeelden hiervan was de Britse soulzangeres
Amy Winehouse. Getergd door alcohol problemen moest ze meerdere keren haar Nederlandse fans teleurstellen. Op het North Sea Jazz Festival en Pinkpop was geen spoor van haar te bekennen. Naar verluid lag ze kotsend in een wc van een Engels vliegveld.

Beroepsjunk
Pete Doherty is een soortgelijk verhaal, alleen kan hij al meerdere jaren niet van de heroïne afblijven. Na een hoopvolle release van het nieuwe Babyshambles album 'Shotters Nation' leek het even goed te gaan. Even, want het aantal geannnuleerde of verplaatse concerten is inmiddels niet meer op één hand te tellen.

Spiraal
Behalve artiesten die zich bevinden in een neerwaarts spiraal, zijn er ook artiesten die langzaam maar zeker weer hun weg naarboven hebben gevonden. Het optreden van
Britney Spears op de MTV Awards in Las Vegas werd door iedereen massaal de grond ingeboord.

Tijdens het bar slechte optreden playbackte Spears en haar danskunsten leken in niets meer op wat het ooit geweest was. De gevallen popprinses die langzaam maar zeker weer opkrabbelde, werd in één keer keihard onderuit gehaald. Wonder boven wonder werd haar nieuwe album 'Blackout' goed ontvangen.


Knobbeltjes
In de Nederlandse muziekwereld gaat het er een stuk rustiger aan toe. Alleen Jan Smit wist het Nederlandse publiek te shokeren met zijn stemproblemen. Knobbeltjes op zijn stembanden hielden de Volendamse zanger voor een lange periode uit de roulatie.


Zijn plaatsgenoten Nick en Simon vulden het gat maar al te graag op en scoren momenteel hit na hit. Het album 'Vandaag' van het duo werd in december

platina.

Ontslag
De belangrijkste Nederlandse release van dit jaar was ongetwijfeld in handen van Anouk. Het album '

Who's Your Momma' verscheen na een roerige periode. Ruzie met de manager en het ontslag van de begeleidingsband gingen vooraf aan de release.

Nederlands bekendste rockchick sloeg met haar nieuwe plaat echter een compleet andere richting in. Een meer soulvol en jazz geörienteerd geluid, dat echter niet door alle critici even veel werd gewaardeerd.

Om het jaar 2007 muzikaal af te sluiten kan een paar uurtjes luisteren naar de Top 2000 natuurlijk niet ontbreken. En misschien, terwijl je op je ouderwetse radio moeizaam het juiste kanaal probeert te vinden, komt de kersthit 'Christmas is Here' van Bearforce 1 ook nog wel voorbij...

(c) NU.nl/Kristiaan Asscheman

maandag 31 december 2007

Heideroosjes voelen zich ondergewaardeerd

AMSTERDAM - De Limburgse punkrockband Heideroosjes is één van de hardst werkende bands in Nederland, maar volgens eigen zeggen wordt de formatie zwaar ondergewaardeerd. "Ik heb moeite met die Nederlandse mentaliteit, alles wat boven het maaiveld uitsteekt wordt keihard afgehakt", aldus zanger Marco Roelofs.

Ruim achttien jaar geleden begon de band met muziek maken. "In een kippenschuur in Horst met slechts drie akkoorden tot onze beschikking. En als je kijkt waar we nu zijn beland hebben we het niet slecht gedaan", zegt Roelofs tegenover NU.nl.


Maar toch is er altijd iets blijven knagen. De bandleden hebben inmiddels acht studioalbums achter hun naam staan en zijn de hele wereld afgereisd.

"We touren veel meer dan mensen in de gaten hebben. Als we vertellen dat we in Japan, Afrika, Amerika, enzovoort spelen zijn ze verbaasd. In dat opzicht is het veel meer geworden dan we ooit durfden te dromen, maar daar hebben we dan ook keihard voor gewerkt."

Maar jullie relatie met de media is altijd erg moeizaam geweest. Jullie stonden op het hoofdpodium van Lowlands in een afgeladen tent, maar de camera's verdwenen zodra jullie verschenen. Jij leek je daar behoorlijk druk over te maken.

"Ik vind dat de Heideroosjes zwaar ondergewaardeerd worden. Dat kan enerzijds komen omdat we zo'n belachelijke bandnaam hebben gekozen en uit Limburg komen, of anderzijds omdat we de schijn tegen hebben."

"Wij zijn in eigenlijk niets een rock-'n-rollband. We werken hard, we gebruiken geen drugs en hebben geen wilde uitspattingen, we komen niet uit een grote stad en we hebben geen tattoo's in onze nek. Ik durf te zeggen: op het podium zijn we wel rock-'n-roll. Daar blazen we iedereen weg, die arrogantie heb ik om dat te zeggen."

En de media, wat hebben die daar mee te maken dan?

"Wat betreft de media heb ik vaak het idee dat we ondergewaardeerd worden en daar kan ik me dan over opwinden. Dat komt op zo'n podium ook wat grof mijn bek uit omdat je dan in zo'n adrenaline rush zit. Maar dan denk ik wel 'fuck hé', we staan hier op Lowlands en die tent staat vol. Iedereen gaat uit zijn dak."

"Vervolgens staat zo'n cameraploeg bij één of andere obscure gitarist te filmen, die ongetwijfeld heel erg goed is, maar nog geen tweeënhalve plaat verkoopt. Oké, ook leuk, maar dan vind ik dat je de Heideroosjes ook wel even mee mag pakken."

Je weet hoe het zit, ze zijn op zoek naar nieuwe hypes.

"Ja, ik weet hoe het zit, maar waar ik soms moeite mee heb is die Nederlandse mentaliteit. Wat boven het maaiveld uitkomt wordt hier keihard afgehakt. Als iemand hier succes heeft krijgt hij geen schouderklopje maar wordt er achter zijn rug om gesmoesd."

Jaloezie?

"Nou ja, dat calvinistische, dat donkerbruine, ik kan er niet zoveel mee. We hebben onze laatste plaat in Amerika opgenomen en daar zie je een hele andere mentaliteit richting muzikanten. In Nederland wordt het als een hobby gezien, in de VS krijg je respect als je met je muziek geld kunt verdienen."

"Het Nederlandse 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg' vind ik vreselijk. In het dagelijks leven vind ik dat een prima stelregel, maar je gaat niet op een podium staan om daar ' normaal te doen, want dan doe je al gek genoeg'."

"Je gaat op een podium staan omdat jij iets doet waarvan je denkt dat andere mensen dat niet doen, want anders stonden ze daar ook allemaal. Op het podium moet je juist buiten de grauwe massa treden, anders moet je er niet gaan staan."

Jullie staan al erg lang op dat podium, maar wat ik opvallend vind is dat jullie nog altijd een erg jong publiek weten te trekken terwijl jullie juist steeds ouder worden. Hoe krijgen jullie dat voor elkaar?

"Hoe we dat doen weet ik ook niet, maar in de media wordt het vaak uitgelegd als: "De Heideroosjes vernieuwen zichzelf niet." Ik vind dat onzin. De jeugd is tegenwoordig zo moeilijk te bereiken voor iets wat ook maar een beetje een boodschap heeft, dat ik het alleen maar fijn vind dat we nog jonge mensen aan weten te spreken."

"Dat geeft aan dat we nog niet overbodig zijn geworden en nog een soort van functie hebben. Misschien voelen ze zich aangetrokken doordat wij nog steeds dat jeugdige enthousiasme hebben en dat ook overbrengen."

"Ik denk dat met name jeugdige mensen daar onbevangen en open in zijn. Die zijn nog niet zo bezig met hipheid en of de zanger wel de juiste tatoeages heeft."

Nieuw materiaal

Met de 'Batlle of the Sexes Tour', die vrijdagavond ten einde loopt, sluit de band een druk en hectisch jaar af. Maar 2 januari gaan de heren alweer aan de slag met nieuw materiaal. Ook gaan de Heideroosjes nog op tournee in het buitenland, maar voor Nederland en België blijft het voorlopig rustig.

(c) NU.nl/Kristiaan Asscheman

dinsdag 13 november 2007

Kaiser Chiefs snappen niets van gratis muziek

AMSTERDAM - De Britse rockband Kaiser Chiefs ziet niks in het gratis beschikbaar stellen van muziek. "Muziek is iets waard. Gratis verspreiden is een schande tegenover jezelf", aldus bassist Simon Rix tegenover NU.nl.


"Wij steken zo ontzettend veel tijd en energie in het schrijven en spelen van onze muziek, dat ik vind dat je daar beloond voor moet worden. Bands die hun muziek wel gratis van de hand doen nemen zichzelf niet serieus. Dat betekent dat je het waardeloos vindt."

Radiohead ondernam vorige maand de opmerkelijke stap door hun nieuwste album gratis aan te bieden via hun website. Het bracht een kleine schokgolf in de muziekwereld teweeg. Fans konden zelf bepalen hoeveel ze er voor over hadden.

"Kijk, dat vind ik nou wel weer goed", roept Rix uit. "Die laten het aan de fans over om te bepalen wat hun muziek waard is. Sommigen geven niets, de meeste liefhebbers wel."

Maar valt er voor bands niet veel meer winst te behalen uit optredens?
"Uiteraard en dat doen we ook graag. Maar zoals ik al zei gaat er heel veel tijd en moeite inzitten. We schrijven, we moeten het opnemen, iemand moet zorgen dat het er goed opstaat, iemand moet het mixen en we moeten een studio huren. Daar mag best wel wat van terugkomen."

"Wat ik sowieso niet snap is dat mensen muziek downloaden. Ik vind zestien euro niet duur voor een stukje vermaak. Tenminste, als je de band goed vindt. Voor andere vormen van vermaak betaal je veel meer. Computerspellen, een bezoekje aan de bioscoop, een voetbalwedstrijd, het is allemaal stukken duurder. Een cd heeft een veel grotere replay-waarde, die kan je immers zo vaak luisteren als je wilt."

Oké, je bent niet voor het gratis verspreiden van muziek, maar wat me wel opviel is dat jullie steeds meer digitaal doen. De laatste twee singles waren alleen beschikbaar als download of 7-inch vinyl. Waarom?
"Mensen kopen geen singles meer, zo simpel is het. Om onze fans toch enigszins tegemoet te komen, maken we exclusieve dingen die verzameld kunnen worden. We willen niet traditioneel zijn. Van onze laatste single "Love is not a Competition' hebben we maar duizend singles gedrukt. De helft was via onze site beschikbaar en de andere helft hebben we tijdens onze tour in Engeland uitgedeeld."

Wat willen jullie in de toekomst gaan doen met de verspreiding van jullie muziek?
"Dat hebben we nog niet besloten, we willen wel iets nieuws doen. We hoeven niet per definitie voorop te lopen, maar we willen ons wel in de voorhoede bevinden."

Maar de voorhoede biedt nu zijn muziek gratis aan.
"Ja, dat is waar. Ach, of we het gratis gaan doen weet ik niet, zo lang het maar niet op de traditionele manier is. De band Ash heeft overigens wel iets interessants gedaan. Als ze een nummer hadden opgenomen stelden ze die direct beschikbaar als single. Daarmee gingen ze door tot ze genoeg nummers hadden voor een album."

"Dat zie ik ook wel zitten. Als je in een band zit schrijf je veel nummers. Vaak gaat het dan om hét moment, dan is een nummer nog spannend en fris. Als je dan eindelijk alle nummers voor een album hebt opgenomen en uitgebracht zijn die nummers helemaal niet meer spannend. Dan zijn ze al oud. Het proces van schrijven en direct uitbrengen lijkt me daarom heel interessant."

(c) NU.nl/Kristiaan Asscheman

‘Ik ben maar een gek die wat schreeuwt’

Prem vindt zichzelf vooral een bemoeial

Prem Radhakishun, is geboren in Suriname en in 1982 gevlucht voor de dictatuur. Via flink wat omzwervingen belandde hij via de advocatuur in het mediacircuit, waar hij al snel uitgroeide tot de ‘zwarte’ met een mening over alles.


Nog snel moet Prem Radhakishun met een vlaggetje voor de camera wapperen. “Och ja, ze wilden weer eens dat ik mijn mening ergens over gaf”, zegt hij nonchalant. Dan wordt er plaatsgenomen aan een tafeltje in café Dauphine. Een chic ingericht retaurant, in het gebouw van BNR Nieuwsradio. “Een dubbele rum met cola graag”, roept hij naar de ober.

Ziet u zich als journalist of advocaat?
“Ik ben een bemoeial. Ik meen dat ik het beste bemoei als advocaat, journalist op publicist. Overigens ben ik nu helemaal gestopt met de advocatuur. Vanaf 2003 lag het op z’n gat. Ik dacht slim te zijn en liet me schorsen. Dat had ik achteraf niet moeten doen, ik had me veel eerder moeten uitschrijven, maar ik vind het moeilijk om afscheid te nemen.”

U heeft wel eens gezegd: “Ik blijf tot mijn dood advocaat”.
“Ik sluit het niet uit dat ik ooit weer advocaat word, maar het is niet iets wat je er bij kan doen.

Wat is vanaf het begin uw doel geweest met een programma als PREMtime?
“Geen.
Ik was gevraagd om te presenteren en ik hou nu eenmaal van nieuws. Ze bedachten bij de NPS dat ze een opvolger voor het programma Urbania nodig hadden. Toen zeiden ze: ‘We moeten een zwarte presentator hebben.’ Vervolgens had iemand het over die zwarte advocaat met die grote bek, van Barend en Van Dorp. ‘Misschien zou die wel een goede presentator zijn’. We zijn gaan praten.

De media zijn rare dingen. Je moet weten wat je doet en je moet iets toevoegen aan het bestaande aanbod.”

Wat voegt u daar dan aan toe?
“Wat ik leuk vind aan PREMtime, is dat het op straat gemaakt wordt. Niet in de studio. Er zijn al genoeg talkshows. Hilversum is erg naar binnen gekeerd. Het gebrek van de radio en televisie in Nederland is dat ze weinig vanuit het perspectief van de gewone man handelen. Het leuke van PREMtime was dat we gingen werken als een actualiteitenrubriek vanaf de straat. En toen dacht ik:...ja! Dat lijkt me wel wat.

Nu redeneer ik achteraf hoor, want op dat moment ben je nog aan het voelen. Het had wat met nieuws en ik ben echt van de informatie. Je moet me echt niet vragen voor modeshows of dat soort shit.


De eerste dertien weken waren prettig. Omdat we op de zondagmiddag zaten, heb je geen last van de kijkcijferterreur, je kan dan rustig een programma ontwikkelen.”

Heeft u later wel een doel gesteld voor het programma?
“Nee. Je probeert te laten zien wat mensen bezighoudt, punt. That’s it.
Ik wil niks aan het licht brengen. Mensen verwarren PREMtime heel vaak met een programma dat ‘aan de kaak wil stellen’ ofzo. Bullshit.”

Hoe komt het dan dat mensen dat denken?
“Dat komt omdat mensen het gevoel hebben dat het eerlijke televisie is. Dat zijn ze niet gewend om te zien.”

Eerlijke televisie? Wat moeten we ons daar bij voorstellen?
“Kijk, ik vind het verschrikkelijk dat Ronald Plasterk minister is geworden. Al zijn columns van de afgelopen jaren, die ik met groot genoegen las, zijn besmet geworden. Hij is gewoon bezig geweest om zijn eigen paden te banen richting Den Haag. Ik heb zelf ook gezegd dat ik nooit actief de politiek in ga. Ik maak een programma met publieke gelden. Plasterk deed Buitenhof.

Ik vind dat je heel voorzichtig moet zijn om televisieprogramma’s te gebruiken voor je eigen agenda. Daarom zeg ik dus ook dat ik niks aan de kaak hoef te stellen. Daarbij heb ik geen dubbele agenda. Om die reden krijg ik in mijn programma zowel Verdonk als Wilders als de SP, het hele spectrum. Iedereen komt, omdat ze weten dat ik geen bijbedoelingen heb. Ik ben niet bezig met het voeren van een eigen campagne. Dat is eerlijke televisie.”

U bent ook columnist van Het Parool. Hoe voelde het toen uw eerste column geplaatst werd?
“Ik weet het nog goed toen de eerste column verscheen. Ik pakte met trillende handen Het Parool om mijn column te lezen. Ik heb hem geloof ik wel dertig keer gelezen.

Het Parool...
Dat was écht écht veel meer dan PREMtime, veel meer dan In de Ban van de Week.”

Waarom was juist dat zo bijzonder voor u?
“Het is de krant die je leest, het is de krant waar je de mening van anderen uit spelt en erover nadenkt. Die meningen waren echt een soort van voorbeelden. Meer nog dan de Volkskrant, die columnisten vind ik echt drie keer niks.

Hoe laat ik ook thuis kom, wat er ook gebeurt, hoe straalbezopen ik ook ben: ik pak m’n krant, ik sla hem open en dan denk ik: yes! Ik vind het nog steeds een eer om voor Het Parool te schrijven, terwijl het de minst betaalde activiteit van mij is. Ik wil met veel dingen stoppen, maar waar ter wereld ik ook woon, ik zou het echt leuk vinden als ik altijd bij Het Parool kan blijven.”

En als ze u eruit trappen?
“Als ze me eruit schoppen zal ik niet klagen. Als mijn geluid geen bijdrage meer levert aan de krant, dan wordt het tijd voor iemand anders. Niets is eeuwig.”

Hoe komt u op de onderwerpen voor uw columns?
“Je bent permanent bezig met denken: ‘ai, dat is iets voor een onderwerp.’ Dan heb je zo tien of twaalf onderwerpen in de week waar je de lijn al van uitzet. Iedere discussie, ieder gesprek is een mogelijke column. Dan kijk je of het door meerdere mensen wordt besproken. Heb ik nog iets toe te voegen? Verder probeer ik het persoonlijk te houden, in Het Parool ben ik heel open over mijn emoties.”

Wordt u er nooit moe van om er constant mee bezig te zijn?
“Heel soms. Dan denk ik: ‘ow, ik moet weer.’ Ik heb in 2003, dat besef ik nu pas achteraf, een ontzettend moeilijk jaar gehad. Ik had een advocatenkantoor dat draaide als een tierelier. PREMtime kwam erbij. Op dat moment heb ik aan de handrem getrokken van mijn kantoor. Ik moest mensen ontslaan om zo rust voor mijzelf te creëren en zodat ik kon toewerken naar PREMtime. Op dat soort momenten is het zwaar om je hoofd leeg te maken voor een column.

In feite ben ik toen ontspoord.”

Ontspoord? Raakte u overspannen?
Nee, dat niet. Je blijft doen wat je moet doen, maar dan heb je niet de rust. Je bent bijna een soort robot. Dan moet je ook nog columns schrijven, waarvoor je juist creatief en vrij moet zijn. Het is fysiek en psychisch een hele zware tijd geweest Het grappige bij mij is dat je het niet aan me kunt zien. Niemand merkte het tijdens interviews aan me. Maar het bleef zwaar.

Ik heb avonden gehad dat ik in slaap viel op m’n kantoor en dat mijn vrouw me om vier uur ’s ochtends belde waar ik bleef. Shit, denk je dan. Ik viel gewoon in slaap achter mijn computer tijdens het schrijven en als ik dan wakker werd, zag je ik ‘zzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzzz’ op mijn scherm staan.”

Deed u zich voor als een ander mens, om uwzelf af te schermen?
“De mensen om mij heen merkten wel dat ik het druk had. Dan had ik hard gewerkt en een zitting achter de rug. Thuis in bed belandde ik echt in een coma. En de ritjes in de auto voor PREMtime gebruikte ik ook als slaapmoment.

Ze merken dat je het druk hebt. Je komt niet op feestjes. In dat jaar had ik een ramp van een sociaal leven. Ik vond dat heerlijk, dan kon ik eindelijk eens een keer uitslapen in het weekend. Vergeet niet, ik moet ook inkopen doen, naar de papierbak, naar de bakker, de slager, de markt, kleding kopen, lenzenvloeistof halen. Al die fucking dingen moet je inpassen. Als advocaat was dat makkelijk, dat is vrij overzichtelijk. Toen PREMtime erbij kwam moest ik overal naartoe rennen.”

Een dubbelleven?
“Welnee... Het was een niet gebalanceerd leven.”

Had u niet eerder moeten stoppen met de advocatuur?
“Ja, nadat ik me heb laten schorsen heb ik een psychische rust over me heen gekregen.”

Sommige mensen vinden u verschrikkelijk irritant.
“Geweldig! Heerlijk! Zo lang ze een mening over je hebben ben je het waard om over na te denken. Wie is Prem? Om me irritant te vinden moet je me kennen.”

Dus het is voor u een compliment?
“Ja, jaaaaaa. Waarom vindt iemand mij irritant? Ik heb geen mening waar hij de schouders over ophaalt. Ik erger. Schouders ophalen is: je doet er eigenlijk niet toe.

Voor iedereen die een teringhekel aan me heeft van het beeld dat ze in de media zien, doen we een discussieavond. Dan, zal je zien, eindigt het altijd in: ‘Ik weet ook niet wat ik van je moet denken, maar je hebt een punt.’ Dat is het leuke, want ze kunnen zich alleen irriteren omdat ik een punt heb. Ik wil niet dat mensen het met me eens zijn, absoluut niet.”

Dus u heeft hoe dan ook een tegenovergestelde mening? Om te irriteren?
“Mijn broertje zei altijd: ‘Als je wilt dat Prem rechts gaat, moet je links zeggen.’
Ja, ik ben tegendraads. Ik denk dat ik het wel altijd in me had. Misschien omdat ik in een dictatuur gewoond heb, in Suriname van 1980 tot 1982. Daar heb ik de waarde van het tegendraadse leren waarderen.”

En wat is die waarde dan?
“...Vrijheid.
Je leeft pas in een vrij land als je mag zeggen: FOCK IT!

De Dixie Chicks hebben aangetoond dat Amerika onder Bush na 11 september niet vrij is. Daarom was Theo van Gogh...Ik roep zijn naam weer, er gaat bijna geen dag voorbij dat ik zijn naam niet noem.

Ik ben geen Theo, ik kan niet als Theo schrijven, maar ik wil wel zeggen tegen die klootzakken: ‘Vermoord je er één, dan krijg je er tien terug.’ Mohammed B. dacht, ik ga Theo vermoorden, dan beledigt niemand meer Allah. Toen zei ik altijd: ‘Fock Allah’. Gewoon als principe. Het principe dat ik het mág zeggen. Dat geen fucking idioot met een teringbaard mij gaat zeggen wat ik wel en niet mag doen.”

Ik ben in oktober 2001 naar India gevlogen. We zouden een KLM-ticket boeken, dat werd een Northwest-ticket. Want ik laat geen fucking idi....

Dat is misschien wel tegendraads, gefrustreerdheid, ik weet niet wat het is...
Iedereen heeft een hekel aan de multiculturele samenleving, ik hou ervan. Als iedereen ervan zou houden, heb ik er misschien een hekel aan. Maar ik vind dat echt vrijheid. Ik vind het heerlijk om te zeggen: ‘Het koningshuis is fout.’

Het klopt ook altijd wel. We leven in een verschrikkelijke grijze wereld. Iedereen wil het zwart-wit zien, maar het is niet zwart-wit. Het mooie zit hem in de kunst om grijs te denken. In grijs kan je kiezen wat je wilt zien.”

Maar ga je door die tegendraadsheid geen dingen zeggen waar je het eigenlijk niet mee eens bent?
“Nee, ik denk het niet. Ik ben iemand die me zich erg laat overtuigen door andere mensen. Ik luister naar argumenten. Mensen denken altijd dat ik niet luister. Soms schrikken ze ervan hoe goed ik heb geluisterd. ‘Prem, ik wist niet dat je zo goed luisterde.’ Dan zeg ik: ‘ja, jij let niet op.”

U bent moeilijk in een hokje te plaatsen. U dwaalt in alles eigenlijk. Bijvoorbeeld ook wat politieke voorkeur betreft. Is dat typerend voor u?
“Ik ben opportunistisch van aard.”

Opportunistisch?
“Ik geloof niet in dweepzieke trouw. Iedereen die de maatschappij beter denkt te maken krijgt mijn steun. Ik geloof in uitvoerende steun.”

De volgende dubbele bruine rum met cola wordt besteld. “Hey rooie! Je weet wat ik drink, doe mij er nog maar één.” De ober haalt verbaasd nog een drankje en gaat vervolgens weer aan zijn werk. “Tja, ik wist z’n naam niet meer”, zegt Radhakishun met een grijns. “Je moet tegenwoordig zo veel onthouden. Net als het nieuws, dat gaat steeds sneller. Zeker met internet. Dat brengt me bij een boek van Colin Powell. Over wat er met informatie gebeurt voordat het bij het Witte Huis belandt. Een verschrikkelijk goed boek.

Clinton’s biografie is een handleiding: hoe word ik president.
Hilary’s: hoe zorg ik dat ik mezelf zo goed mogelijk verkoop.


Colin Powell zijn biografie is echt van hier.” (wijzend naar zijn hart)

Zou u zelf ooit een boek willen schrijven?
“Geen biografie, maar wel een roman. Ik ben nu een beetje bezig met filmscripts schrijven. Ik ben een hele andere creatieve kant ingeslagen. Ik zie er wel toekomst in. Dat is het leuke, ik heb de luxe van een televisieprogramma. Als ik het zat ben kan ik zeggen: ‘Ik stop.’ Ik ben net zo gelukkig met 10.000 euro per maand als met 100 euro per maand. Geld zegt me niets. Als ik rijk ben, begin ik een eigen radiostation. Het probleem is dat ik nooit rijk ga worden. Ik hou niet genoeg van geld.

Toen ik als vluchteling hierheen kwam, heb ik ook nooit geld gemist. Wat ik destijds wel miste was de toegang tot de maatschappij.”

“Ik vind het gek dat sommige mensen mij als voorbeeld zien. Dat zijn vooral de rijke lui die zelf geen toegang hebben tot de media. Ik probeer ook alles te doen om geen voorbeeld te zijn. Maar hoe meer ik roep: ‘Ik ben maar een gek die wat schreeuwt.’ Dan zeggen ze gelijk: ‘Maar jij bent geen gek.’


Ik ben wel een gek!

Het probleem met die mensen is dat ze te bang zijn voor imagoschade. Maar ik zit gelukkig niet vastgeroest in de dingen die ik doe, want ik ben niet bang voor mijn imago. Spong, Moskowitz complimenteerden mij onlangs hiervoor. Ik kan doen wat ik wil.”


Waarom u wel?
“Ik ben slechts een illusie.”

(c) Kristiaan Asscheman